Herbicide

Herold SC

Herbicide in wintertarwe en wintergerst

Herold - herbicide

Algemene informatie

Onze oplossing

 

Duist en windhalm, maar ook breedbladige onkruiden zoals kleefkruid, kamille en muur kunnen grote opbrengstschade geven in graan. Ze concurreren om licht, voedingsstoffen en ruimte met het gewas. De grasachtige onkruiden zijn het lastigst te bestrijden, zeker duist. Een goede bestrijding van duist is daarom belangrijk, om verdere uitbreiding / verspreiding te voorkomen.

Beste aanpak voor een goede duistbestrijding is een Herold-toepassing in het najaar, kort na opkomst van het gewas. Op die manier worden duist, windhalm, maar ook breedbladige onkruiden goed en op tijd bestreden.

Herold is een selectief bodemherbicide en de actieve stoffen (flufenacet en diflufenican) vullen elkaar prima aan qua werking. Pas Herold in het najaar toe, kort na opkomst. Herold heeft een lange nawerking.

  • Zeer effectief tegen duist, windhalm en breedbladigen
  • Lange nawerking
  • Vloeibare SC-formulering
  • 3 L – verpakking voor behandeling van 5 ha

Werking flufenacet
Flufenacet behoort tot de oxyacetamides. De werking berust op verhindering van de celdeling van ‘lange vetzuren’. De HRAC-code is K3. Flufenacet is een bodemherbicide die hoofdzakelijk opgenomen wordt door de wortels van de onkruidplant, waarna het verder in de plant wordt getransporteerd.

Werking diflufenican
Diflufenican behoort tot de pyridinecarboxamides en belemmert de fotosynthese en pigment-vorming. Hierdoor vormt de plant ‘witte vlekken’ als eerste kenmerken. De HRAC-code is F1. Diflufenican is voornamelijk een bodemherbicide, maar heeft ook een goede contactwerking. De actieve stof wordt opgenomen door jonge scheuten van het onkruid. Voordat onkruid afsterft ‘groeit’ de chlorose (witverkleuring) eerst mee in de plant. Diflufenican geeft een lange nawerking.

 

Toelatingen per gewas

Rogge

Winterrogge (open lucht) (max 1 toepassing / teelt) Toepassingsstadium: in de herfst, 1 – 3 bladeren (BBCH 11 – 13) Ter bestrijding van éénjarige tweezaadlobbige onkruiden (Dicotyledoneaa (annual)): 0,6 L/ha, 1 toepassing Ter bestrijding van éénjarige grasachtige onkruiden (Poaceae (annual)): 0,6 L/ha, 1 toepassing Risicobeperkende maatregelen: Bufferzone van 10 m met minimum 75% driftreducerende techniek.

Wintergerst

Dosering: Toepassingsstadium: in de herfst, 1 – 3 bladeren (BBCH 11 – 13) ter bestrijding van éénjarige tweezaadlobbige: 0,6 L/ha en/of bestrijding van éénjarige grasachtige onkruiden: 0,6 L/ha tegen duist en windhalm

Driftreducerende maatregelen: 10 meter bufferzone met minimaal 75% driftreducerende techniek.
max 1 toepassing/teelt

Wintertarwe

Dosering: Toepassingsstadium: in de herfst, 1 – 3 bladeren (BBCH 11 – 13)
Ter bestrijding van éénjarige tweezaadlobbige: 0,6 L/ha en/of bestrijding van éénjarige grasachtige onkruiden: 0,6 L/ha tegen duist en windhalm

Driftreducerende maatregelen: 10 meter bufferzone met minimaal 75% driftreducerende techniek.
max 1 toepassing/teelt